EXAMENCOMMISSIE

Inleiding

Ten behoeve van het afnemen van examens en ten behoeve van de organisatie en coördinatie van de tentamens heeft het stichtingsbestuur UNASAT voor elke door de instelling aangeboden opleidingen of voor groepen van opleidingen, een examencommissie ingesteld. De examencommissie is het orgaan dat op objectieve en deskundige wijze vaststelt of een student voldoet aan de voorwaarden die deze regeling stelt ten aanzien van kennis, inzicht en vaardigheden, die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad (OER 2015-2016).

Instelling en samenstelling examencommissie (Artikel 7.1, OER 2015-2016)

De examencommissie is het orgaan dat op objectieve en deskundige wijze vaststelt of een student voldoet aan de voorwaarden die deze regeling stelt ten aanzien van kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad als bedoeld in artikel 4.2.

De directeur stelt de examencommissie in en benoemt de leden op basis van hun deskundigheid op het terrein van de opleiding of groep van opleidingen. Tenminste een lid is als docent verbonden aan de opleiding of aan een van de opleidingen die tot de groep van opleidingen behoort. Alvorens tot benoeming van een lid over te gaan, hoort de directeur de leden van de examencommissie. De benoeming geschiedt voor een periode van twee jaar; de leden zijn terstond herbenoembaar.

De examencommissie draagt er zorg voor dat het onafhankelijk en deskundig functioneren van de opleiding voldoende wordt gewaarborgd.

De examencommissie benoemt uit haar midden een voorzitter en één of meer plaatsvervangend voorzitters.

Taken en bevoegdheden examencommissie (Artikel 7.2, OER 2015-2016)

De examencommissie is in ieder geval belast met:

  1. het verlenen van vrijstelling van de vooropleidingseisen (als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2, met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 2).
  2. het behandelen van verzoeken om te worden toegelaten tot de opleiding, anders dan bedoeld onder a, indien het afwijkt van de reguliere toelatingseisen (met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 2).
  3. het uitbrengen van een advies aan de directeur om een persoon wegens diens gedragingen of uitingen niet tot de opleiding toe te laten.
  4. het beoordelen van verzoeken om een bepaalde minor te mogen volgen aan een andere instelling.
  5. het vaststellen van de uitslag van de examens.
  6. het uitreiken van certificaten, getuigschriften en verklaringen.
  7. het mede borgen van de kwaliteit van de tentamens, toetsen en examens.
  8. het – met inachtneming van deze regeling – vaststellen van richtlijnen en aanwijzingen om de uitslag van tentamens, toetsen en examens te beoordelen en vast te stellen.
  9. het afhandelen van verzoekschriften en het behandelen van klachten van studenten m.b.t. toetsen, toets en beoordelingsmethoden.
  10. het verlenen van vrijstellingen.
  11. het treffen van maatregelen ingeval van fraude en plagiaat.
  12. het adviseren van de directeur ter zake van de benoeming van leden van de examencommissie.
  13. het jaarlijks opstellen van een verslag van haar werkzaamheden. Dit verslag wordt gezonden naar de directeur.

Verder is de voorzitter van de examencommissie of zijn plaatsvervanger bevoegd zaken die de examencommissie aangaan en die naar zijn oordeel geen uitstel kunnen verdragen, in overleg met de opleidingscoördinator af te handelen. Hij legt hiervan op de eerstvolgende vergadering van de examencommissie verantwoording af aan de examencommissie.

De examencommissie neemt binnen een termijn van vier weken een besluit op een aan haar gericht verzoek. Op grond van zwaarwegende omstandigheden kan de examencommissie afwijken van deze termijn. In dit laatste geval wordt betrokkene hierover geïnformeerd.

Indien een student bij de examencommissie een verzoek of een klacht indient waarbij een examinator betrokken is die lid is van de examencommissie, neemt de betrokken examinator geen deel aan de behandeling van het verzoek of de klacht.

Bezwaar en beroep

Bezwaar tegen besluit examencommissie (Artikel 8.1, OER 2015-2016)

Een student die niet eens is met een besluit van de examencommissie mag hiertegen bij laatstgenoemde binnen twee weken schriftelijk bezwaar aantekenen. Het bezwaar dient met redenen te zijn omkleed. Indien nodig kan de student worden uitgenodigd dit bezwaar ook mondeling toe te lichten.

Beroep bij de directeur (Artikel 8.2, OER 2015-2016)

Indien het besluit na bezwaar ongewijzigd blijft, is de student gerechtigd binnen 2 weken beroep aan te tekenen bij de directeur tegen besluiten van de examencommissie, waaronder een besluit:

  1. tot verwijzing in de postpropedeuse fase als bedoeld in artikel 6.3;
  2. van examinatoren;
  3. beslissingen over het toelatingsonderzoek als bedoeld in artikel 2.5;
  4. over de toelating tot de tentamens, toetsen en examens, niet zijnde een besluit van algemene strekking;
  5. inzake toelating tot de opleiding als bedoeld in artikel 2.1 lid 4 van deze;
  6. tot het niet toekennen van een aangevraagde vrijstelling.

De complete OER (Onderwijs en Examenreglement) van UNASAT is in te zien op OFSS.

Leden examencommissie

De huidige examencommissie bestaat uit de leden:

  1. Mevr. C. Partoredjo – Voorzitter
  2. Mevr. D. Deul – Secretaris
  3. Mevr. E. Ramdhan – lid
  4. Mevr. M. Lieuw Kie Song
  5. Dhr. R. Franker

Examencommissie UNASAT, Juni 2016